Siert van den Berg maakt stijlvolle 5-snarige "open back" banjo's op bestelling. Uitgaande van goede (hard)houtsoorten en originele onderdelen stelt hij in overleg met zijn opdrachtgever een banjo samen, die qua klank en bespeelbaarheid niet onder zal doen voor de meeste fabrieksproducten. Voor meer informatie: mail naar siertvandenberg@gmail.com
Hieronder wil ik graag iets vertellen over mijn weg naar het bouwen van muziekinstrumenten. Wil je meer weten over mijn banjo's klik dan hier.
Handgebouwde muziekinstrumenten
Een paar jaar geleden ben ik begonnen met het repareren en bouwen van muziekinstrumenten: banjo's en gitaren. Door het uitgebreide onderzoek naar de geschiedenis van de Egmond gitaar (zie de andere hoofdstukken op deze site: klik hier) kwam ik steeds meer te weten over hoe een gitaar in elkaar zit, of beter gezegd hoort te zitten. Het leverde in eerste instantie op dat ik de verschillende gitaren die ik al in mijn bezit had veel beter kon afstemmen. Met de aankoop van een paar afgedankte en zwaar beschadigde C.F. Martin Vega gitaren (klik hier)begon het wat serieuzer te worden. De halzen werden losgehaald en voorzien van een 'bold-on" constructie en kregen meteen een moderne "truss-rod". Een paar projecten verder durfde ik het aan om een "full hollow body" jazz gitaar te maken. Met een uit massief lindehout gekerfd boven- en onderblad, geheel in de stijl van de beroemde Amerikaanse bouwer Roberto Benedetto.
Meer over mijn "full hollow body" jazz gitaar: klik hier.
Inmiddels heb ik een flink aantal verschillende banjo's gebouwd: 5-snarige open back banjo's, maar ook een zgn. cello banjo en een korte "short scale travel banjo". Daarnaast heb ik ook deze zeer aparte "Weissenborn" slide gitaar gebouwd.
Meer over mijn banjo's: klik hier.
Mijn short scale travel banjo. Meer weten? Klik hier.
Dit is het prototype voor een 14 inch cello banjo. Voorlopig nog helemaal gemaakt van 18 mm multiplex (rim en neck) en goedkope gitaartuners. Desondanks is het geluid bijzonder goed. De nylon (met zilver omwikkelde) snaren zijn precies een octaaf lager gestemd dan een normale banjo.
Het was in eerste instantie lastig om (in Europa) een leverancier te vinden voor het grote 14 inch vel. Op de foto rechts zie de banjo met een "snare" drumvel van Evans. Drumvellen zijn echter 3 maal dikker dan een banjovel. Later vond ik het adres van de Zweedse importeur van de Amerikaanse banjo bouwer Gold Tone waar ik een origineel "Remo Renaissance 14" high crown head" kon bestellen. Gold Tone is overigens een van de zeer weinige producenten die cello banjo's maken. Beter gezegd: laten maken in China.
Dit prototype heeft een inwendig systeem om het vel op spanning te krijgen. Het voordeel hiervan is dat aan de buitenkant van de trommel geen uitstekende "brackets" zitten, die soms hinderlijk kunnen zijn. Inmiddels ben ik bezig met een 2e versie: beter hout en betere onderdelen en nu met normale brackets aan de buitenkant van de rim. Meer over dit project: klik hier.
Mijn meest recente project is de bouw geweest van een aantal "Viola da Gamba's Basso", een strijkinstrument wat qua bouw enigszins overeenkomt met een cello, maar voortkomt uit de familie van de gitaren en bijzonder populair was in de barok periode.
Meer weten over mijn viola da gamba's? Klik hier.
Terug naar de banjo. Nog altijd in Nederland een vrij onbekend instrument. Maar ook een behoorlijk ondergewaardeerd instrument. Het liedje van Toon Hermans uit 1959 uit zijn speelfilm "Moutarde Van Sonansee" heeft er voor gezorgd dat de banjo in Nederland nooit serieus is genomen. Jasperina de Jong deed het in 1981 nog eens dunnetjes over op de televisie: "Jo met de banjo en Mien met de mandolien" heeft het imago van de banjo geen goed gedaan.
Daar staat tegenover dat "The Beverly Hillbillies", een Amerikaanse komedieserie die tussen 1962 en 1971 ook in Nederland te zien was voor een behoorlijke opwaardering heeft gezorgd, vanwege de door Earl Scruggs en Lester Flat gespeelde titelsong. Zo raakte Nederland bekend met de zgn. "bluegrass" muziek, waarin de banjo een dominante plek inneemt. Nog altijd zijn de meeste banjo spelers in Nederland "bluegrass" banjo spelers, een stijl waarin vooral snelheid en virtuositeit belangrijke elementen zijn.
Voor mij was het zien van de film "Deliverance" bepalend voor het moment waarop ik besloot om banjo te willen leren spelen. Het is mij echter nooit gelukt om deze zgn. "3-finger Earl Scruggs style" onder de knie te krijgen. Het heeft mij zelfs een hoop (verspilde) tijd gekost om er uiteindelijk achter te komen dat deze stijl van spelen mij helemaal niet ligt. En ook het genre op zichzelf is mij in de loop van de tijd steeds meer tegen gaan staan. Te "showy", te veel op snelheid en virtuositeit gericht. Overigens kun je Earl Scruggs niets verwijten. Hij is een van de weinige blue-grass muzikanten die met zijn tijd is meegegaan en nog samen heeft gespeeld met Bob Dylan en The Birds.
Gelukkig blijken er nog een flink aantal andere genre's en stijlen te bestaan, die in eerste instantie bij mij en zeker bij het grote publiek nauwelijks bekend zijn. Het heeft lang geduurd voordat ik ontdekte dat in de Amerikaanse "folk" traditie stijlen bestaan onder de noemer "old-time banjo" zoals "clawhammer" en "frailing", net als de "two-finger style" of "double dumb". In Engeland bleken er liefhebbers van "Classic Banjo" vinden. Maar ook kwam ik er achter dat er "echte" klassieke muziek wordt gespeeld op de banjo.
Banjo's verschillen op allerlei manieren: in hun formaat, in het aantal snaren en de materialen waarvan ze gemaakt zijn. Het instrument kent dan ook een gecompliceerde maar boeiende geschiedenis, waar nog altijd onderzoek naar gedaan wordt. Als je daar meer over wilt weten dan is een belangrijke en toegankelijke bron het project "The Banjo Project" waarvoor je hier de link aantreft:
Of bekijk deze zeer boeiende documentaire gepresenteerd door Steve Martin: "Give Me The Banjo"
De "Open Back" banjo
De keuze voor een banjo hangt dus samen met de soort muziek die je wilt spelen. Over het algemeen is de 5-snarige "bluegrass" banjo het meest bekend. Het geluid moet sprankelend, helder van toon en volumineus zijn. In dit genre heeft de banjo een semi-dichte achterkant, een zgn. resonator die het geluid naar voren projecteert. Dit soort banjo's zijn vaak heel zwaar, omdat er gebruik wordt gemaakt van veel extra metalen onderdelen, zoals "tone rings" (vaak van messing) die de trillingen van het banjovel versterken, zorgen voor onder- en boventonen en de resonantie verlengen. Een effect wat je kunt vergelijken met de klank van kerkklokken. Vaak zijn er ook extra veel "brackets" rondom de trommel (rim) gemonteerd om het vel strak te trekken. Vaak voor de sier, een begrip wat toch al snel opgaat voor dit type banjo. Moet gezegd worden dat het soms prachtig gebouwde instrumenten zijn, die bijzonder goed klinken. Over het algemeen is de prijs er ook naar. Hieronder de afbeelding van een Gibson Earl Scruggs "95. En een video die eer doet aan de man die in de jaren vijftig van de vorige eeuw een geheel eigen stijl ontwikkelde en die furore maakte als de banjo speler in de band van Bill Monroe and his Blue Grass Boys.
De '"open back" banjo, heeft zoals z'n naam al aangeeft een open achterkant. Ook hier kan het instrument prachtig bewerkt zijn, ingelegd met parelmoer e.d., maar over het algemeen zijn het relatief eenvoudige instrumenten. Zo zijn er zelfs banjo's die een kalebas als basis hebben voor de klankkast (die overigens niet open zijn aan de onderkant). In onderstaand filmpje laat bouwer Bob Thornburg zien waar je allemaal een banjo van kan maken.
Deze site is nog volledig in aanbouw. Ik werk er hard aan, dus kom af en toe terug om naar de vorderingen te kijken. Wil je nu meer informatie stuur me dan een mailtje met je vraag. Dan neem ik zo snel mogelijk contact met je op: siertvandenberg@gmail.com
Neem contact op voor meer informatie!
Heeft u vragen over de bouw van banjo's of andere muziekinstrumenten? Neem dan gerust contact met ons op. We helpen u graag verder!
Maak jouw eigen website met JouwWeb